Vechtsport blijft groeien: waarom boksen, kickboksen en MMA zoveel mensen aanspreken

· 4 min lezen

Vechtsport blijft groeien: waarom boksen, kickboksen en MMA zoveel mensen aanspreken

Vechtsport trekt steeds meer mensen die op zoek zijn naar afwisseling, uitdaging en een andere manier van trainen. Je werkt aan techniek, conditie en controle, maar geen training verloopt precies hetzelfde. Boksen, kickboksen, judo en andere disciplines hebben ieder hun eigen aanpak. Daardoor kun je kiezen wat het beste bij je past. Hieronder lees je wat vechtsport zo aantrekkelijk maakt en waar je op kunt letten als je ermee wilt beginnen.

Meer dan alleen slaan

Wie voor het eerst naar een vechtsporttraining kijkt, ziet waarschijnlijk stoten, trappen, worpen of grondtechnieken. Tijdens een les gebeurt er echter veel meer. Je leert bijvoorbeeld hoe je afstand bewaart en op het juiste moment reageert. Een beweging die simpel lijkt, lukt vaak pas na meerdere pogingen. Dat maakt techniek minstens zo belangrijk als kracht. Hard slaan heeft weinig waarde wanneer je houding niet klopt. Bij sparren leer je bovendien rekening houden met de ander. De bedoeling is niet om iedere training als een wedstrijd te behandelen. Goede trainingspartners geven elkaar ruimte om technieken te oefenen. Daardoor ontstaat een heel andere sfeer dan veel buitenstaanders verwachten. Je traint intensief, maar controle blijft onderdeel van de les. Dat maakt vechtsport toegankelijk voor mensen die nog geen ervaring hebben.

Welke vechtsport past bij je?

Niet iedere vechtsport voelt hetzelfde. Sommige mensen trainen graag met stoten en trappen, anderen kiezen liever voor technieken op de mat. Het helpt daarom om vooraf te kijken welk type training je aanspreekt. Een proefles maakt vaak snel duidelijk wat je leuk vindt. Veel sportscholen hebben verschillende disciplines onder één dak. Een paar bekende disciplines zijn:

·         Boksen, met veel aandacht voor stoten, verdediging en voetenwerk

·         Kickboksen, waarbij stoten, trappen en knieën worden gebruikt

·         Brazilian Jiu-Jitsu, met klemmen, controle en technieken op de grond

·         Worstelen, waarbij werpen en controle een grote rol hebben

·         MMA sport, waarin staande technieken en grondwerk samenkomen

Een proefles geeft vaak sneller duidelijkheid dan alleen video’s bekijken. Je merkt dan hoe de training wordt opgebouwd en of de manier van lesgeven bij je past.

Je hoeft niet eerst fit te zijn

Veel beginners vragen zich af of ze eerst hun conditie moeten verbeteren voordat ze met vechtsport beginnen. Dat is niet nodig. Juist tijdens de lessen werk je aan conditie, kracht en coördinatie. In het begin raak je waarschijnlijk sneller buiten adem. Na een paar weken merk je vaak dat oefeningen langer vol te houden zijn. Vooruitgang zit niet alleen in conditie. Bij kickboksen merk je bijvoorbeeld dat je stabieler blijft staan tijdens een trap. Bij boksen lukt het na verloop van tijd beter om na een combinatie direct uit de lijn te bewegen. Bij grondtraining leer je bijvoorbeeld hoe je uit een ongunstige positie komt. Zulke veranderingen zijn vaak eerder merkbaar dan extra kracht of snelheid.

Wat heb je nodig voor je eerste lessen?

Voor een eerste proefles is gewone sportkleding meestal voldoende. Draag kleding waarin je vrij kunt bewegen en neem water mee. Welke bescherming je nodig hebt, hangt af van de discipline. Bij boksen en kickboksen worden vaak bokshandschoenen en een bitje gebruikt. Scheenbeschermers komen vooral bij kickboksen en MMA van pas. Bij Brazilian Jiu-Jitsu train je afhankelijk van de les in een gi of sportkleding met een rashguard. Sommige sportscholen hebben materiaal dat beginners eerst kunnen lenen. Daardoor hoef je niet direct alles aan te schaffen. Informeer vooraf wat tijdens de proefles wordt gebruikt, zodat je niet met onnodige spullen aankomt.

Hoe vaak moet je trainen?

Eén training per week is genoeg om kennis te maken met een vechtsport. Wie technieken sneller wil onthouden, heeft vaak meer aan twee lessen per week. Er zit dan minder tijd tussen de momenten waarop je dezelfde beweging oefent. Dat maakt het makkelijker om verder te bouwen op de vorige training. Meer trainen is niet automatisch beter. Zeker als je net begint, moet je lichaam wennen aan nieuwe bewegingen. Spierpijn na de eerste lessen is niet vreemd. Geef jezelf tijd om te herstellen en verhoog het aantal trainingen pas wanneer dat goed voelt. Wedstrijden of intensief sparren zijn daarbij helemaal niet nodig om vooruitgang te boeken.

Beginnen met vechtsport

De eerste les draait vooral om kennismaken met de sport en de manier van trainen. Je hoeft technieken nog niet te beheersen en niemand verwacht dat je direct mee kunt met ervaren sporters. Goede instructeurs leggen bewegingen uit en laten beginners eerst de basis oefenen. Bij beginners wordt sparren meestal geleidelijk opgebouwd en afgestemd op het niveau. Vechtsport kan daardoor net zo goed passen bij iemand van twintig als bij iemand die op latere leeftijd iets nieuws zoekt. Het belangrijkste is dat de discipline en sportschool bij je passen. Een proefles is daarvoor meestal de eenvoudigste manier om daarachter te komen. Welke vechtsport zou jij zelf eens willen proberen?

Meer nieuws uit Maastricht